Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of een
raadslid ambtelijke bijstand tenzij:
het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de
bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de
raad;
dit het belang van de gemeente kan schaden.
De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het
eerste lid geweigerd wordt.
Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd
deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier
en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.
De secretaris verstrekt de betreffende portefeuillehouder in het
college desgewenst een afschrift van het verzoek.
Indien (leden van) het college informatie wensen over een
verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven
advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken
raadslid.
Hoofdstuk 1:
Artikel 2
Verlenen van ambtelijke bijstand
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2011