**1..** Met inachtneming van artikel 4, eerste lid van deze verordening, legt het college een maatregel van twintig procent van de grondslag, uitgedrukt in een bedrag, gedurende zes maanden op, indien belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren, onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de IOAW/IOAZ.
**2..** Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan worden afgezien als de verwijtbaarheid van de gedraging volledig ontbreekt.
**3..** Als binnen een periode van 12 maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de beschikking waarin van het afzien van het opleggen van de maatregel vanwege een ernstige misdraging mededeling wordt gedaan, opnieuw sprake zal zijn van een zeer ernstige misdraging, wordt een maatregel overwogen.
Hoofdstuk 3
Artikel 12
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Maatregelen en handhavingsverordening IOAW en IOAZ Breda 2013