De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening
de wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede
de aard en de omvang van de daarbij behorende
werkzaamheden.
De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening
de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan
de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving
uitvoeren.
Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende
accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings-)overleg plaats
tussen de accountant en (een vertegenwoordiger uit) de raad,
(een vertegenwoordiger van) de rekenkamer(functie), de
portefeuillehouder financiën, de gemeentesecretaris, het
afdelingshoofd financiën en het sectorhoofd Middelen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 5.
Inrichting accountantscontrole
Onderdeel van Verordening voor de controle op het financieel beheer en op inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Hattem