Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Terneuzen 2008

1.. Voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming kan het college besluiten dat de subsidieontvanger daarvoor een vergoeding is verschuldigd aan de gemeente, indien: de subsidieontvanger de voor gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt; de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van de voor gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen; de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd; de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd; de instelling die de subsidie heeft ontvangen, wordt ontbonden. 2.. De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat het college op de hoogte gekomen is of kon zijn van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van de laatste beschikking tot subsidievast-stelling. 3.. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat ingeval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies en beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schade-vergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. 4.. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een door het college aan te wijzen onafhankelijke deskundige.

Rechtspraak bij dit artikel