Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

- Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Bladel 2008

Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de wet, is het volgende van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor individuele voorzieningen; de hoogte en omvang van het persoonsgebonden budget, gedifferentieerd per voorziening, wordt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Bladel vastgelegd; budgethouder is de ondersteuningsbehoevende of diens wettelijke vertegenwoordiger; voor de voorziening hulp bij het huishouden wordt als persoonsgebonden budget een bedrag per uur beschikbaar gesteld dat gelijk is aan de prijs die de goedkoopste aanbieder voor hulp bij het huishouden voor de betreffende (sub) categorie de gemeente in rekening brengt; voor roerende woonvoorzieningen wordt een pgb verstrekt voor de aanschaf van de goedkoopst adequate voorziening uit het kernassortiment van de leverancier. Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld op 100% van de goedkoopst adequate voorziening. Dit bedrag is inclusief de standaard-en individuele aanpassingen; voor vervoersvoorzieningen en rolstoelen wordt een pgb verstrekt ter hoogte van de maandelijkse huurprijs die, op grond van de indicatie en selectie, voor de goedkoopst adequate voorziening aan de door de gemeente gecontracteerde leverancier betaald zou moeten worden. Dit bedrag is inclusief de standaard- en individuele aanpassingen; de toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld,conform het bepaalde in deze verordening en het besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente (Bergeijk, Bladel, Eersel, Oirschot, Reusel-De Mierden); bij de beschikking wordt aangegeven aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te voldoen; na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget als ter beschikking gesteld; de budgethouder verstrekt na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, die gegevens die het college nodig acht om de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding te kunnen beoordelen.

Rechtspraak bij dit artikel