De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
voor een alleenstaande € 354,00,
voor een alleenstaande ouder € 453,00 en
c. voor gehuwden € 504,00.
De genoemde bedragen zijn gebaseerd op de (geïndexeerde) bedragen per 1 januari 2010. Daaropvolgend vindt jaarlijks een indexering plaats per 1 januari.
Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend.
Indien één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1 van de WWB en artikel 2 of artikel 42 lid 1 sub g en h van de WIJ komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
III. Slotbepalingen