**1..** Het bestuur ziet af van het opleggen van een maatregel:
als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
als de gedraging meer dan twaalf maanden vóór constatering van die gedraging door het bestuur heeft plaatsgevonden; of
zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen; of
zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen; of
als het bestuur dringende redenen aanwezig acht.
**2..** Indien het bestuur afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1
Artikel 6
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2013