**1..** Er is sprake van een “langdurig laag inkomen” in de zin van artikel 36, eerste lid van de wet als belanghebbende gedurende de referteperiode is aangewezen op een inkomen dat gemiddeld per maand niet hoger is dan 102 procent van de voor hem geldende bijstandsnorm.
**2..** Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, danwel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.