Heffing naar tijdsgelang
Behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel bestaat geen recht op teruggaaf van parkeerbelastingen.
Indien de belasting voor een parkeervergunning is voldaan voor een tijdvak van langer dan één kalendermaand en die parkeervergunning voor het verstrijken van dat tijdvak wordt ingetrokken, wordt ontheffing verleend over het aantal nog niet ingetreden volle kalendermaanden van dat tijd-vak. De in de vorige volzin bedoelde ontheffing wordt niet eerder verleend dan nadat de beschik-king van het college van burgemeester en wethouders, waarbij de parkeervergunning wordt inge-trokken, onherroepelijk is komen vast te staan.
Indien een vergunninghouder als gevolg van maatregelen getroffen door of vanwege het gemeen-tebestuur voor een tijdvak van ten minste 30 dagen geen gebruik heeft kunnen maken van de ver-leende vergunning, wordt een evenredig gedeelte van de belasting aan de vergunninghouder op diens verzoek gerestitueerd.
Wanneer de parkeervergunning wordt ingetrokken met toepassing van artikel 18, van de Parkeer-verordening Hilversum 2007 wordt een evenredig gedeelte van de belasting aan de vergunning-houder op diens verzoek gerestitueerd.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2013