Naar hoofdinhoud

§ 4.

Artikel 13

Rollen en verantwoordelijkheden in control

Onderdeel van Organisatiebesluit 2013

Alle directeuren zijn expliciet verantwoordelijk voor control van hun organisatieonderdeel. De concernbrede verantwoordelijkheid voor control is belegd bij de gemeentesecretaris/algemeen directeur. De gemeentesecretaris/algemeen directeur wijst de rol van de controllers toe aan functionarissen in de organisatie. De controller: Heeft een onafhankelijke rol; Heeft toegang tot alle informatie en overleggen die relevant zijn voor de uitvoering van zijn verantwoordelijkheid; Geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het lijnmanagement op het gebied van control: Adviseert over de haalbaarheid van de voorgestelde planning; Adviseert over de risico’s van inhoudelijke voorstellen; Adviseert over de risico’s van gemeentebrede strategische voorstellen; Toetst in welke mate voorgenomen activiteiten binnen de afgesproken kaders gerealiseerd worden en adviseert over bijsturing. 5 a. De controllers adviseren en rapporteren aan de Algemeen Directeur vanuit het perspectief van control. De controllers geven gezamenlijk invulling aan de gemeentebrede control; b. Controllersadviezen blijven apart zichtbaar bij besluitvorming in het college. Hiermee kan het college alle invalshoeken meenemen in de besluitvorming; c. De controllers dragen zorg voor de vastlegging van de gemeentebrede kaders van control; d. De controllers hebben t een zelfstandige rapportage- en (escalatie)lijn naar het college.

Rechtspraak bij dit artikel