Alle directeuren zijn expliciet verantwoordelijk voor control van hun organisatieonderdeel.
De concernbrede verantwoordelijkheid voor control is belegd bij de gemeentesecretaris/algemeen directeur.
De gemeentesecretaris/algemeen directeur wijst de rol van de controllers toe aan functionarissen in de organisatie.
De controller:
Heeft een onafhankelijke rol;
Heeft toegang tot alle informatie en overleggen die relevant zijn voor de uitvoering van zijn verantwoordelijkheid;
Geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het lijnmanagement op het gebied van control:
Adviseert over de haalbaarheid van de voorgestelde planning;
Adviseert over de risico’s van inhoudelijke voorstellen;
Adviseert over de risico’s van gemeentebrede strategische voorstellen;
Toetst in welke mate voorgenomen activiteiten binnen de afgesproken kaders gerealiseerd worden en adviseert over bijsturing.
5 a. De controllers adviseren en rapporteren aan de Algemeen Directeur vanuit het perspectief van control. De controllers geven gezamenlijk invulling aan de gemeentebrede control;
b. Controllersadviezen blijven apart zichtbaar bij besluitvorming in het college. Hiermee kan het college alle invalshoeken meenemen in de besluitvorming;
c. De controllers dragen zorg voor de vastlegging van de gemeentebrede kaders van control;
d. De controllers hebben t een zelfstandige rapportage- en (escalatie)lijn naar het college.