De applicatiebeheerder voorziet in:
a. een planning van periodieke gegevensverstrekkingen die op basis van het autorisatiebesluit wordt gedaan;
b. de communicatie bij storingen in hard- en software;
c. een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden;
d. de toekenning van de autorisatieniveaus voor actualiseringen aan de gegevensverwerkers, de gegevensbeheerder, de applicatiebeheerder en de informatiebeheerder op grond van een besluit van de informatiebeheerder;
e. de bijhouding van een dossier van de autorisaties, die overeenkomstig artikel 6 door de informatiebeheerder zijn toegekend;
f. het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur;
g. de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem;
h. de bijhouding van een verzameling van alle problemen en klachten, die bij het gebruik van het toepassingssysteem ontstaan;
i. een oplossing, eventueel door inschakeling van de systeembeheerder of een derde, voor de onder h genoemde problemen en klachten;
j. de voorlichting aan de alle in artikel 3 genoemde functionarissen met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem;
k. de coördinatie van de werkzaamheden in geval van uitwijk in overleg met de systeembeheerder;
l. de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de basisregistratie personen worden ontleend;
m. de afhandeling van verzoeken omtrent managementgegevens;
n. een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen het toepassingssysteem, zonodig door inschakeling van een derde.