Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2010

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen, als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, betaald worden in ten hoogste twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de belasting, als bedoeld in artikel 3 derde lid onder a, worden betaald op het moment van het doen uitreiken van de (gedagtekende) kennisgeving; 3.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de belasting, als bedoeld in artikel 3 vijfde lid, worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; 4.. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan minder is dan € 1.500,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van een machtiging tot automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zes gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 5.. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel