Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 31.

Sanctioneren vastgestelde fraude / aangifte justitie.

Onderdeel van Verzamelverordening Wet werk en bijstand

1.. Als door het niet nakomen van of handelen in strijd met de inlichtingenverplichtingen ten onrechte of tot een te hoog bedrag bijstand is verleend, verlaagt het college, onverminderd het tweede lid, de bijstand overeenkomstig artikel 21 van deze verordening. Dit met handhaving van de bevoegdheid van het college tot terugvordering van de onverschuldigd betaalde bijstand. 2.. Het college doet steeds na goed overleg met het Openbaar Ministerie justitiële aangifte overeenkomstig de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude, Staatscourant 07-09-2004, 170 (waarbij de grens voor het doen van aangifte is vastgesteld op een ten onrechte of tot een te hoog bedrag verleende bruto bijstand van meer dan € 6.000,- (normbedrag 2007). 3.. De zaken bedoeld in het tweede lid, waarin wordt afgezien van justitiële aangifte of die na het doen van aangifte worden geseponeerd, worden als zware vorm van fraude afgedaan volgens artikel 21, lid 3, van deze verordening (uitkering verlagen met 20% van de bruto terug te vorderen kosten van bijstand of bij een beëindigde uitkering de terug te vorderen kosten van bijstand verhogen met 20% administratiekosten).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel