Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Benoeming leden

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie

1.. De raad benoemt voor de eerst maal zo spoedig mogelijk na de verkiezingen in 2006 de leden en plaatsvervangende leden van de rekenkamercommissie op voordracht van de in de raad vertegenwoordigde fracties, met dien verstande dat twee leden en plaatsvervangende leden worden benoemd uit vertegenwoordigers van de coalitiepartijen en twee leden en plaatsvervangende leden worden benoemd uit vertegenwoordigers van oppositiepartijen. 2.. De leden van de rekenkamercommissie, alsmede hun plaatsvervangers worden voor een periode gelijk aan de zittingsduur van de raad aangewezen, behoudens het bepaalde in het derde, vierde en vijfde lid van dit artikel. 3.. Een afgetreden lid kan onmiddellijk opnieuw worden benoemd voor maximaal een raadsperiode. 4.. Een lid, dat ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd moest aftreden. 5.. a. een lid of het plaatsvervangende lid kan te allen tijde ontslag nemen. b. een lid of het plaatsvervangende lid verliest zijn lidmaatschap wanneer hij ophoudt raadslid danwel fractielid te zijn. 6.. De raad kan een lid of een plaatsvervangend lid ongevraagd en met onmiddellijke ingang ontslag verlenen of op non-actief stellen, indien de raad in meerderheid of de overige leden van de rekenkamercommissie unaniem van oordeel zijn, dat het lid (of de plaatsvervanger) niet langer geschikt is de functie van lid van de rekenkamercommissie te vervullen. 7.. In de gevallen, bedoeld in het vijfde en zesde lid, wordt zo spoedig mogelijk in de ontstane vacature voorzien. 8.. In het jaar waarin de verkiezingen voor de raad worden gehouden, worden de leden van de rekenkamercommissie zo spoedig mogelijk na de eerste openbare vergadering van de nieuw gekozen raad benoemd.

Rechtspraak bij dit artikel