Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Werkwijze

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie

1.. De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. doch in ieder geval binnen drie maanden onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. 2.. De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds, onder geheimhouding, te informeren. 3.. De leden van de rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de commissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen ter kennis is gekomen. 4.. De rekenkamercommissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen te (laten) inwinnen en dossiers of andere informatiedragers op te (laten) vragen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken. 5.. De rekenkamercommissie is bevoegd alle informatie en documenten die berusten bij het gemeentebestuur en het ambtelijk apparaat in te zien en te onderzoeken, voor zover zij dat ter vervulling van haar taak nodig acht. 6.. De rekenkamercommissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek. 7.. De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar onderzoeksrapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. 8.. De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 10.. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de rekenkamercommissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen. 11.. De rekenkamercommissie stelt de in haar rapportage genoemde en/of bedoelde betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. De rekenkamercommissie bepaalt verder wie als betrokkenen worden aangemerkt. 11.. Na vaststelling door de rekenkamercommissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen drie maanden onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel