**1..** Onverminderd het bepaalde in de tweede zin van artikel 7:13 lid 3 Awb, vindt het horen plaats door maximaal drie leden met inbegrip van de voorzitter of diens plaatsvervanger.
**2..** De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de hoorzitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
**3..** De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 aanhef onder b. en c. van de Awb.
**4..** Indien de belanghebbende of verwerend orgaan afziet van het recht ter hoorzitting te worden gehoord, wordt daarvan direct mededeling gedaan aan de andere partij(en), zo nodig met het verzoek zo spoedig mogelijk te laten weten of ook die andere partij afziet van het recht te worden gehoord. In dat laatste geval brengt de commissie advies uit op basis van de aanwezige stukken en de inlichtingen, indien deze zijn ingewonnen.