Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 3.

Geen individueel compenserende maatregelen

Onderdeel van Verordening Wmo individueel compenserende maatregelen

Geen individuele compenserende maatregelen vinden plaats indien: de voorziening voor belanghebbende algemeen gebruikelijk is; er, voor belanghebbende eerst in aanmerking te nemen beschikbare (wettelijk) voorliggende voorzieningen beschikbaar zijn, die voorzien in een adequate compensatie, waaronder mede worden verstaan huisgenoten die gebruikelijke ondersteuning kunnen verlenen; als de belanghebbende, vooruitlopend op de vaststelling van de noodzaak van compenserende maatregelen, kosten heeft gemaakt of verplichtingen is aangegaan en niet meer is na te gaan of deze maatregelen noodzakelijk en als goedkoopst-compenserend aan te merken waren; er voor belanghebbende geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor compensatie wordt aangevraagd; als belanghebbende de belemmeringen, die hij ondervindt, kan beperken of opheffen door het anders organiseren van het dagelijks leven of het huishouden of door het anders inrichten van het huis; het een vraag betreft die al eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze voorafgaande verordening is gecompenseerd en waarvan het college van mening is dat de getroffen maatregelen nog steeds adequaat zijn; de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan door verwijtbaar gedrag. indien de aanvrager niet zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Rhenen; door het college wordt vastgesteld dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de verantwoordelijkheden genoemd in artikel 16; het college geen beperking, chronisch, psychisch of psychosociaal probleem heeft vastgesteld dat, de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie beperkt; de voorziening invaliderend en/of antirevaliderend werkt; de voorziening een therapeutisch doel dient.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel