Naar hoofdinhoud

Artikel 4

tot en met 6

Onderdeel van Verordening handhaving WIL

Dit hoofdstuk bepaalt onder andere dat WIL de ten onrechte verstrekte bijstand en uitkering terugvordert boven een nader vast te stellen bedrag. Hier wijzigt niets ten opzichte van de bestaande situatie. De toevoeging bij artikel 4, lid 1 is opgenomen omdat het daar waar het mogelijk is tot terugvordering over te gaan, niet absoluut is. Om te voorkomen dat teruggevorderd zou moeten worden in die gevallen waar een wettelijke regeling zich verzet tegen dat besluit, is de betreffende nuance opgenomen. Te denken valt aan de bepalingen over verjaringen in het Burgerlijk Wetboek of de bepalingen rond het wettelijke traject van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Deze opsomming is niet limitatief, en omdat toekomstige wetswijzigingen nog bepalingen kunnen toevoegen, is gekozen voor een algemene formulering. Verhaal vindt plaats in drie situaties: op onderhoudsplichtigen op begiftigden (bijv. n.a.v. een schenking) op nalatenschappen Dit hoofdstuk regelt verder de wijze van incasso en de mogelijkheid om de vordering te verhogen met de kosten die verbonden zijn aan incasso alsook de wettelijke rente waarmee de vordering wordt verhoogd bij wanbetaling. De verwijzingen naar ‘nader vast te stellen bedragen’, ‘nader te stellen regels’ en een ‘nadere uitwerking’ in de artikelen 4, 5, en 6 doelen op een beschrijving van de beleidsregels voor terugvordering en verhaal in een aparte regeling die aan het dagelijks bestuur worden voorgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel