Deze verordening wordt aangehaald als: “Afstemmingsverordening Wwb gemeente Stein 2013”.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 27 maart 2013
De Raad voornoemd,
de Griffier, de Voorzitter,
Algemene toelichting
Inleiding
Deze verordening is tot stand gekomen als gevolg van de inwerkingtreding van “Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving” op 1 januari 2013. Met het van kracht worden van deze wet worden de Wwb, Ioaw en Ioaz gewijzigd. Door die aanscherping zijn nieuwe regels opgenomen in verband met het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Doordat deze regels in de wet zijn opgenomen, kunnen ze niet meer in de afstemmingsverordening staan. De afstemmingsverordening van de gemeente Stein is hierop aangepast.
Rechten en plichten in de Wwb
Rechten en plichten zijn twee kanten van één medaille. Het recht op algemene bijstand is altijd verbonden aan de plicht zich in te zetten om weer onafhankelijk te worden van de uitkering. Dit betekent dat de vaststelling van de hoogte van de uitkering niet alleen afhangt van de toepasselijke uitkeringsnorm en de beschikbare middelen van de belanghebbende, maar ook van de mate waarin de opgelegde verplichtingen worden nagekomen. Denk aan de meewerkverplichting, en de arbeid- en re-integratieverplichting en nadere verplichtingen.
Wanneer het college tot het oordeel komt dat een bijstandsgerechtigde zijn verplichtingen niet of in onvoldoende mate nakomt, verlaagt het de uitkering. Er is dus geen sprake van een bevoegdheid, maar van een verplichting. Alleen wanneer iedere vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, ziet het college af van een dergelijke verlaging. Het college moet niettemin bij de vaststelling van de verlaging rekening houden met de persoonlijke omstandigheden en de individueel vastgestelde verplichtingen. Het college kan dan ook van een verlaging afzien indien het college daartoe zeer dringende reden aanwezig acht. Het blijft een kwestie van maatwerk.
Is afgezien van een verlaging wegens het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid, dan is het niet mogelijk om bij toepassing van bepalingen ten aanzien van recidive deze gedraging mee te tellen. Is vanwege de afstemming op grond van artikel 18 lid 1 Wwb van een verlaging afgezien dan is daarin geen reden gelegen om de betreffende gedraging buiten beschouwing te laten in geval van recidive.
Heroverweging
Wordt een verlaging voor een langere duur dan drie maanden opgelegd, dan zal het college de verlaging aan een herbeoordeling moeten onderwerpen. Dat volgt uit artikel 18 lid 3 Wwb. Bij een dergelijke herbeoordeling hoeft niet opnieuw een besluit te worden genomen, waarbij alle feiten en omstandigheden opnieuw tegen het licht worden gehouden. Het heeft slechts als doel vast te stellen of belanghebbende tussentijds (binnen de periode waarover de verlaging zich uitstrekt) blijk heeft gegeven van een zodanige gedragsverandering of dat sprake is van een zodanige wijziging van omstandigheden, dat aanleiding bestaat de eerder opgelegde verlaging in zwaarte of duur bij te stellen (zie CRvB 19-04-2011, nr. 10/4882 Wwb).
Een verlaging krachtens de afstemmingsverordening moet niet gezien worden als een strafrechtelijke sanctie. Indien een betreffende gedraging ook een strafbaar feit oplevert, kan belanghebbende hier strafrechtelijk voor vervolgd worden. Ondanks het feit dat de verlaging geen strafrechtelijke sanctie is, kunnen de verlaging en de strafvervolging niet naast elkaar bestaan als sprake is van hetzelfde rechtsfeit. Het beginsel van ‘ne bis in idem’ staat daaraan in de weg.
Schenden van de inlichtingenplicht
De bestuurlijke boete is per 1 januari 2013 opnieuw ingevoerd in de Wwb, Ioaz en Ioaz. Deze moet worden opgelegd bij een schending van de inlichtingenplicht en komt in de plaats van de verlaging van de bijstand.
Verrekening bestuurlijke boete bij recidive
De Wwb verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij verrekening van de recidiveboete. Er wordt zo een afweging gemaakt van situaties of omstandigheden waarin het buiten werking stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. De regels zijn neergelegd in een aparte verordening "Verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Stein 2013". Daar waar terugvordering en invordering niet door de wetgever is verplicht, blijft sprake van een bevoegdheid van het college. Deze nadere regels zijn opgenomen in door het college vastgestelde beleidsregels.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Hoofdstuk 5
Artikel 17.
Citeertitel
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wwb, Ioaw en Ioaz gemeente Stein 2013