Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Uitvoeringsregels Aansluitverordening riolering

Calamiteiten 1.Bij een verstopping of een andere storing in het particulier riool onderzoekt de rechthebbende of het een verstopping of een storing betreft in het particulier riool of in de perceelaansluitlei-ding. 2.Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is van een verstopping of storing in het particulier riool dient de rechthebbende deze verstopping of storing zelf te verhelpen. Voor het verhelpen van de verstopping of een andere storing bestaat de mogelijkheid dat de rechthebbende gebruik maakt van de bij de gemeente onder contract staande rioleringsbe-heerbedrijf. Dit bedrijf is op de hoogte van de handelswijze van de gemeente en informeert de rechthebbende over zijn rechten en plichten. 3.Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek wordt vermoed dat sprake is van een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding, neemt de rechthebbende contact op met de gemeente voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden. 4.Indien de rechthebbende, of in opdracht van de rechthebbende een rioleringsbeheerbedrijf die niet onder contract staat bij de gemeente, zonder toestemming van de gemeente de verstopping of een andere storing in de perceelaansluitleiding heeft verholpen vindt zonder afdoende bewijs (foto’s en/of inspectiegegevens) geen verrekening van de gemaakte kosten plaats. 5.Bij het door de gemeente verrichten van de in lid 3 bedoelde werkzaamheden dient de rechthebbende of gebruiker, voordat met de werkzaamheden wordt gestart, tevoren schriftelijk akkoord te gaan met de voorwaarde dat de kosten van de werkzaamheden aan hem in rekening worden gebracht, indien blijkt dat de verstopping en/of storing betrekking heeft op het particulier riool.

Rechtspraak bij dit artikel