Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Uitvoeringsregels Aansluitverordening riolering

Voorwaarden van de aansluitvergunning Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk indien: de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis) lager ligt dan de boven-zijde van het openbaar riool, vermeerderd met 500 mm plus de benodigde hoogte voor het afschot (1:100) van de aansluitleiding (zij-inlaten zijn niet toegestaan!); de hoogteligging van de aansluitleiding het noodzakelijk maakt dat b.v. kabels en leidingen van nutsbedrijven moeten worden omgelegd. Dit zal dan een diepere ligging van de aansluitleiding tot gevolg hebben; de bovenzijde van een lozingstoestel lager is gelegen dan 300 mm boven de kruin van de straat, tenzij via een pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt aangesloten; de diameter van het particulierriool groter is dan ø160 mm, tenzij de noodzaak van een grotere diameter is aangetoond door middel van een rioleringsberekening en het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding over voldoende capaciteit beschikt om alsdan de hoeveelheid te lozen afvalwater te kunnen afvoeren; de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft, terwijl een gescheiden openbaar riool aanwezig c.q. gepland is; de in de bouwverordening en/of aansluitverordening opgenomen hemelwatervoorziening voor opvang en infiltratie van hemelwater niet voldoet aan de minimaal benodigde netto inhoud van 2 m3 (20 mm) per 100 m2 verhard oppervlak; het particulier riool nabij de perceelgrens niet is voorzien van een ontstoppingsstuk met een minimale doorsnede van 125 mm; de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende milieuwetgeving een vergunning benodigd is, maar niet is verleend, of niet aan de geldende algemene regels is voldaan; het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen afvalwater en/of schoon water te kunnen afvoeren; het lozing van niet verontreinigd drainagewater betreft die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels retourbemaling kan worden afgevoerd; een bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor het aan te sluiten perceel is geweigerd. Een aansluiting zonder aansluitvergunning wordt gezien als onrechtmatig en kan op kosten van de rechthebbende door of namens de gemeente verwijderd worden.

Rechtspraak bij dit artikel