**1..** De norm of de toeslag bedoeld in artikel 30 van de wet wordt voor de duur van zes maanden lager vastgesteld voor de alleenstaande, die recent de deelname aan onderwijs of een beroeps op- leiding heeft beëindigd, waarvoor aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS).
**2..** Van een recente beëindiging van de deelname aan onderwijs of beroepsopleiding, als bedoeld in het vorige lid, is sprake, indien er nog geen periode van een half jaar is verstreken, te rekenen vanaf de eerste dag volgend op de maand waarin het onderwijs of de beroepsopleiding is beëindigd.
**3..** De periode bedoeld in het eerste lid wordt opgeschort, indien er in deze periode opnieuw onderwijs of een beroepsopleiding als bedoeld in het eerste lid wordt begonnen. Indien deze onderwijsperiode zes maanden of langer heeft geduurd, vangt een nieuwe periode aan zoals bedoeld in het tweede lid.
**4..** De verlaging als bedoeld in artikel 33 van de wet bedraagt het verschil tussen de van toepassing zijnde norm ingevolge artikel 26 van de wet inclusief de toeslag als bedoeld in artikel 4 van deze verordening en het van toepassing zijnde bedrag voor levensonderhoud als bedoeld in artikel 33, tweede lid, van de Wet werk en bijstand op het moment van bijstandsverlening.
Hoofdstuk
Artikel 6
Verlaging schoolverlaters
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet investeren in jongeren