Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning worden geweigerd vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan en kan de vergunning worden geweigerd:
Indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van redelijke welstand.
Indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau ter plaatse in gevaar komt.
De standplaats mag hetzij op zichzelf hetzij in verband met de omgeving niet in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand. Dit kan voorkomen als bijvoorbeeld het straat- of dorpsbeeld ernstig verstoord wordt. Via deze weg wordt ook verkapte marktvorming tegengegaan. Wij hoeven hierbij geen gebruik te maken van het advies van de welstandscommissie. Ook kan strijdigheid met het bestemmingsplan leiden tot weigering. Dit is een discretionaire bevoegdheid. Er dient bij de beoordeling van een standplaats altijd gelet te worden op de voorschriften die uit het bestemmingsplan voortvloeien.
In het verleden kon de gemeente een standplaatsvergunning weigeren als door het verlenen van die standplaatsvergunning het voorzieningenniveau voor de inwoners in gevaar kwam. Als er door een standplaats een essentiële winkel voor de inwoners dreigde te verdwijnen, kon het college de vergunning weigeren. Door nieuwe Europese regels is dit niet langer mogelijk. Het ontbreken van deze bevoegdheid is gestoeld op de Europese Dienstenrichtlijn 2006/123/EG, vastgesteld op 12 december 2006, die middels jurisprudentie eveneens van toepassing verklaard is op de verkoop van goederen. Ondanks dat het voorzieningenniveau voor de inwoners niet langer als weigeringsgrond kan worden gehanteerd kan dit nog wel worden geregeld via het bestemmingsplan.
Op grond van de toelichting op de algemene verordening kan echter nog wel gesteld worden dat het sturen op branchering nog steeds mogelijk blijft. De voorwaarde daarbij is echter wel dat er meer vergunningsaanvragen gedaan moeten worden dan dat er standplaatsen beschikbaar zijn. Indien er voor bijvoorbeeld 4 standplaatsen 10 vergunningsaanvragen zijn mag de gemeente dus nog steeds sturen op het aanbod.
Europese Dienstenrichtlijn
De Europese Dienstenrichtlijn is sinds (2006/123/EG)12 december 2006 van kracht. Dit heeft geleid tot aanpassingen in het huidige artikel van de APV, waarin de weigeringsgronden genoemd worden voor de standplaatsvergunning. Aangezien in de Europese Dienstenrichtlijn de weigeringsgrond aangaande het verzorgingsniveau niet genoemd wordt, kan deze niet meer aangevoerd worden door de gemeente bij het opstellen van een standplaatsenbeleid. Dit zou namelijk kunnen leiden tot oneerlijke concurrentie.
De toelichting bij de Richtlijn noemt de volgende voor de APV van belang zijnde redenen van algemeen belang: handhaving van de maatschappelijke orde; bescherming van afnemers van diensten; voorkoming van oneerlijke concurrentie; consumentenbescherming; dierenwelzijn; bescherming van het milieu en het stedelijk milieu, met inbegrip van stedelijke en rurale ruimtelijke ordening; culturele beleidsdoelen, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder ten aanzien van de sociale, culturele, religieuze en filosofische waarden van de maatschappij; verkeersveiligheid en behoud van het nationaal historisch en artistiek erfgoed.
Grondwet
Op basis van artikel 7 van de Grondwet kan geen vergunning geëist worden voor het aanbieden van gedrukte stukken. Als dit gebeurt vanaf een standplaats, is voor het innemen van de standplaats wel een vergunning vereist. De specifieke regels voor het innemen van een standplaats staan in de APV.
Wet op de Ruimtelijke Ordening
Een vergunning voor het innemen van een standplaats kan worden geweigerd vanwege strijd met een geldend bestemmingsplan. Wanneer er een vergunning verleend wordt krachtens de APV, dan blijven de eisen die gesteld worden in het geldende bestemmingsplan, van kracht. Wij kunnen college kan een aanvraag voor het innemen van een standplaats mede opvatten als een verzoek om vrijstelling van de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan. In een dergelijk geval wordt een aanvraag gebruikt voor twee afzonderlijke procedures. Het is dan niet nodig twee afzonderlijke aanvragen in te dienen.
Winkeltijdenwet
De Winkeltijdenwet regelt een aantal zaken met betrekking tot de openingstijden van winkels en het leveren van goederen aan particulieren. De bepalingen uit de Winkeltijdenwet gelden ook voor de verkoop van goederen vanaf een standplaats. Het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Winkeltijdenwet geschiedt door de Economische Controledienst.
Warenwet
Op het drijven van handel in waren zoals bedoeld in artikel 1 van de Warenwet (eetwaren, waaronder tevens worden begrepen kauwpreparaten, andere dan van tabak, en drinkwaren, alsmede andere roerende zaken) zijn de bepalingen uit de Warenwet van toepassing. De Warenwet stelt regels met betrekking tot de goede hoedanigheid en aanduiding van waren. Daarnaast stelt de Warenwet regels met betrekking tot de hygiëne en degelijkheid van producten. Met betrekking tot het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Warenwet is een afzonderlijk regime van toepassing. De voorschriften die uit de Warenwet voortvloeien gelden naast de voorschriften die ons gesteld kunnen worden op basis van een standplaatsvergunning.
Wet milieubeheer
In de Wet milieubeheer wordt een regeling getroffen ten aanzien van inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor een standplaatshouder, voor zover zijn verkoopplek als ‘inrichting’ kan worden aangemerkt. Van belang is de regelgeving die geldt voor bijvoorbeeld patatverkopers/visverkopers, die voor wat betreft de frituurinrichting aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen.
Privaatrechtelijke regelingen
Indien de gemeente eigenaar van de grond is kan zij een vergoeding bedingen voor het gebruik van de grond. Dit wordt gedaan door middel van het berekenen van huur.
Het volgende hoofdstuk gaat in op het nieuwe beleid voor de gemeente Midden–Delfland.
Hoofdstuk 4
Artikel 5.2.3
zesde lid geldende APV / Artikel 5:18 nieuwe APV
Onderdeel van Standplaatsenbeleid Midden-Delfland 2008