Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 12

– Bepaling van de hoogte van de betalingsverplichting

Onderdeel van Beleidregels terugvorderingen Wwb, Ioaw en Ioaz gemeente Stein 2013

1.. Vaststelling aflossingbedrag bijstandsgerechtigden De aflossing voor de belanghebbende met een Wwb, Ioaw- of Ioaz-uitkering bedraagt 6% van de voor hem geldende bijstandsnorm danwel bruto grondslag Ioaw/ Ioaz inclusief vakantiegeld, en vindt plaats op basis van verrekening (artikel 6:127 Bw juncto 4:93 Awb), met dien verstande dat belanghebbende door verrekening niet komt te beschikken over een inkomen dat minder is dan de voor hem geldende beslagvrije voet (artikel 4:93, vierde lid Awb). In afwijking van lid 1 sub a, wordt met een betalingsregeling met belangstellende ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 24 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 25,00 per maand bedraagt, mits het geen fraudevordering betreft. Wanneer er beslag op de uitkering is of wordt gelegd, wordt het te verrekenen bedrag onmiddellijk verhoogd tot het bedrag dat de beslagvrije voet overstijgt. 2.. Vaststelling aflossingsbedrag niet bijstandsgerechtigden De aflossing voor de belanghebbende met een inkomen anders dan onder lid 1 sub a genoemd, geschiedt conform draagkracht. Ter bepaling van de draagkracht wordt rekening gehouden met de beslagvrije voet. De hoogte van de aflossing wordt gesteld op 60% van de draagkracht. zoals berekend op de wijze zoals toegepast onder lid 2 sub a. In afwijking van lid 2 sub a, wordt een betalingsregeling met belanghebbende getroffen voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 24 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 25,00 per maand bedraagt, mits het geen fraudevordering betreft. Indien een lopende uitkering wordt beëindigd, wordt de eerder ten laste van de belanghebbende vastgestelde aflossing gehandhaafd. Na het verstrijken van een termijn van 6 maanden vindt een debiteurenonderzoek plaats naar de draagkracht van de belanghebbende. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, wordt als gevolg van dit onderzoek de aflossingsverplichting gewijzigd. Indien de belanghebbende aan een heronderzoek met als doel het vaststellen van zijn aflossingscapaciteit geen medewerking verleent, behoudt het college zich het recht voor om de aflossingsverplichting ambtshalve vast te stellen op de beslagvrije voet, danwel om tot invordering van de totale openstaande vordering over te gaan. Wanneer er beslag op het inkomen van de belanghebbende wordt gelegd door een derde partij en de debiteur daardoor niet aan zijn betalingsverplichting aan de gemeente kan voldoen of hierdoor onder de beslagvrije voet terecht komt, wordt gebruik gemaakt van het preferente beslag als bedoeld in artikel 60 lid 5 Wwb en artikel 28, lid 5 Ioaw/ Ioaz.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel