Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 25

Voorzieningen

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Sliedrecht 2010

1.. Het is de gesubsidieerde organisatie toegestaan tot vorming van voorzieningen over te gaan, indien zij hiervoor toestemming hebben gekregen van burgemeester en wethouders; 2.. Indien een organisatie tot vorming van een voorziening wil overgaan, legt zij dit schriftelijk, tegelijk met de subsidieaanvraag, ter instemming aan burgemeester en wethouders voor. Als de in het vijfde lid genoemde risico's of verplichtingen in de loop van het subsidiejaar ontstaan, verzoekt de organisatie schriftelijk aan burgemeester en wethouders om met de vorming van de voorziening in te stemmen. 3.. Voor de bepaling van de beschikbare eigen middelen als bedoeld in artikel 6, zesde lid, blijven voorzieningen, voorzover burgemeester en wethouders daartoe op grond van artikel 22 eerder instemming hebben verleend, buiten beschouwing. 4.. Burgemeester en wethouders geven instemming voor de vorming van een voorziening, indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de noodzaak daartoe is aangetoond. 5.. Voorzieningen kunnen slechts voor instemming in aanmerking komen als zij gevormd worden ten behoeve van: Verplichtingen of risico's, waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs wel is in te schatten; Bestaande risico's als gevolg van te verwachten verplichtingen of verliezen, waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; Een gelijkmatige verdeling van bepaalde lasten over een aantal jaren. 6.. Burgemeester en wethouders kunnen aan een verzoek tot instemming met de vorming van een voorziening de voorwaarde verbinden dat vooraf een meerjarenplan en begroting wordt toegezonden. 7.. De met instemming van burgemeester en wethouders gevormde voorzieningen mogen slechts worden aangewend voor het doel waarvoor ze zijn gevormd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel