**1..** Het is de gesubsidieerde organisatie toegestaan tot vorming van
voorzieningen over te gaan, indien zij hiervoor toestemming hebben
gekregen van burgemeester en wethouders;
**2..** Indien een organisatie tot vorming van een voorziening wil overgaan,
legt zij dit schriftelijk, tegelijk met de subsidieaanvraag, ter
instemming aan burgemeester en wethouders voor. Als de in het vijfde
lid genoemde risico's of verplichtingen in de loop van het
subsidiejaar ontstaan, verzoekt de organisatie schriftelijk aan
burgemeester en wethouders om met de vorming van de voorziening in
te stemmen.
**3..** Voor de bepaling van de beschikbare eigen middelen als bedoeld in
artikel 6, zesde lid, blijven voorzieningen, voorzover burgemeester
en wethouders daartoe op grond van artikel 22 eerder instemming
hebben verleend, buiten beschouwing.
**4..** Burgemeester en wethouders geven instemming voor de vorming van een
voorziening, indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders
de noodzaak daartoe is aangetoond.
**5..** Voorzieningen kunnen slechts voor instemming in aanmerking komen als
zij gevormd worden ten behoeve van:
Verplichtingen of risico's, waarvan de omvang op de
balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs wel is in te
schatten;
Bestaande risico's als gevolg van te verwachten
verplichtingen of verliezen, waarvan de omvang
redelijkerwijs is te schatten;
Een gelijkmatige verdeling van bepaalde lasten over een
aantal jaren.
**6..** Burgemeester en wethouders kunnen aan een verzoek tot instemming met
de vorming van een voorziening de voorwaarde verbinden dat vooraf
een meerjarenplan en begroting wordt toegezonden.
**7..** De met instemming van burgemeester en wethouders gevormde
voorzieningen mogen slechts worden aangewend voor het doel waarvoor
ze zijn gevormd.