**1..** In de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet
is de subsidieontvanger aan burgemeester en wethouders een
vergoeding voor de vermogensvorming verschuldigd, tenzij
burgemeester en wethouders hiervan afzien.
**2..** Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het
tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande
dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of
beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als
schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
**3..** Voorzover het onroerende zaken betreft geschiedt de waardebepaling
door een onafhankelijk deskundige.
**4..** Burgemeester en wethouders stellen de vergoeding na overleg met de
subsidieontvanger vast.
**5..** Burgemeester en wethouders houden hierbij rekening met de mate
waarin de subsidie heeft bijgedragen tot vermogensvorming.
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de
vermogenswaardevermeerdering geheel ten goede komt aan de gemeente,
voor zover deze is veroorzaakt door de subsidieverstrekking.