Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en doet daarvan mededeling aan de raad en het college en brengt die verder ter openbare kennis. 2.. De getuigen en deskundigen worden ten minste tien dagen voor de zitting schriftelijk opgeroepen op de wijze als bedoeld in artikel 155d van de Wet. 3.. In bijzondere gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de voorzitter om gewichtige redenen besluiten de termijn van oproep van getuigen en deskundigen te verkorten tot 7 dagen. 4.. Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 5.. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk drie dagen voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld alsmede aan alle anderen voor wie het eventueel verzetten van de vergadering van belang is. 6.. Als een volgens de regels opgeroepen getuige of deskundige niet verschijnt wordt daarvan proces-verbaal opgemaakt. In dit proces-verbaal staat, indien bekend, de reden van het niet verschijnen. De aanwezige leden van de commissie ondertekenen het proces-verbaal. Deze procedure geldt ook als iemand weigert de eed of de belofte af te leggen of weigert te antwoorden.

Rechtspraak bij dit artikel