1.Een woonvoorziening wordt slechts verleend indien de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft
of zal hebben in de woonruimte waaraan de voorziening wordt getroffen.
2.In afwijking van het gestelde in het eerste lid kan een woonvoorziening getroffen worden
voor het bezoekbaar maken van één woonruimte indien de aanvrager zijn hoofdverblijf
heeft in een AWBZ-instelling.
3.De aanvraag voor het bezoekbaar maken wordt ingediend in de gemeente waar de aan te
passen woning staat.
4.De woonvoorziening betreft slechts het bezoekbaar maken van de in het tweede lid
bedoelde woonruimte met een door het college in het Besluit maatschappelijke
ondersteuning gemeente Terneuzen vast te leggen maximumbedrag.
5.Onder bezoekbaar maken wordt uitsluitend verstaan dat de aanvrager de woonruimte, de
woonkamer en een toilet kan bereiken.
Hoofdstuk 4.
Artikel 19.
Hoofdverblijf
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Terneuzen 2007