Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Betrekkingen leden

Onderdeel van Verordening op de rekenkamer 2004

1.. De leden van de rekenkamer vervullen overigens geen betrekkingen die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt of handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. 2.. Ten aanzien van drie van de leden geldt het volgende: Eén van de leden van de rekenkamer is ingevolge artikel 58 van de Wet op de Registeraccountants ingeschreven in het accountantsregister, één heeft de hoedanigheid van meester in de rechten en één is een aan een universiteit afgestudeerde bestuurskundige. Voor de overige leden geldt het volgende: Benoembaar zijn voorts degenen, van wie de raad van oordeel is dat hun kennis en ervaring dienovereenkomstig is. 3.. De raad is bevoegd van het gestelde in de eerste volzin van het voorgaande lid af te wijken, indien hij van oordeel is dat een of meer aan te stellen leden beschikken over overeenkomstige kennis en ervaring. 4.. Herbenoeming tot lid van de rekenkamer kan niet meer dan eenmaal geschieden.

Rechtspraak bij dit artikel