Verlaging boete in verband met verminderde verwijtbaarheid
De standaardboete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt gematigd als de gedraging de belanghebbende niet geheel kan worden verweten. Dit is altijd een individuele afweging, zodat er geen normering in beleidsregels wordt vastgelegd. Van verminderde verwijtbaarheid is in ieder geval sprake als:
belanghebbende in onvoorziene en ongebruikelijke omstandigheden verkeerde die emotioneel zeer belastend waren;
belanghebbende niet over zijn normale geestelijke vermogens beschikte;
belanghebbende uit eigen beweging alsnog de juiste gegevens heeft verstrekt voordat de schending van de inlichtingenplicht is geconstateerd;
belanghebbende kan aantonen of aannemelijk maken dat hij onvoldoende op de hoogte was van de op hem rustende inlichtingenverplichting.
Als matiging wordt toegepast in verband met verminderde verwijtbaarheid, dan wordt de boete verlaagd met een percentage van 25, 50 of 75%, met dien verstande dat de boete tenminste € 150 bedraagt.