**1..** De belasting wordt geheven van degene die van een onroerende zaak als
bedoeld in artikel 2, eerste lid, het genot heeft krachtens eigendom,
bezit of beperkt recht.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene, die op het tijdstip
van ingang van de heffing dan wel, indien de belasting wordt geheven in
de vorm van een jaarlijkse belasting, bij de aanvang van het
belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld,
tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
eigendom, bezit of beperkt recht is.
**3..** Indien de lasten die zijn verbonden aan de voorzieningen genoemd in
artikel 2, tweede lid, ter zake van een onroerende zaak krachtens
overeenkomst zijn of worden voldaan, wordt de belasting ter zake van die
onroerende zaak niet geheven.
Artikel 3
– Belastingplicht.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de baatbelasting herziening winkelgebied Burg. van Hoofflaan.