**1..** Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan zoals bedoeld in artikel 18 lid 2 WWB, anders dan het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid als bedoeld in artikel 6 lid 4 onderdeel b van deze verordening, wordt afgestemd op het benadelingsbedrag.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand;
bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer: 100 procent van de bijstandsnorm gedurende één maand.
**3..** In afwijking van lid 2 bedraagt de verlaging als bedoeld in lid 1 van dit artikel 15% van de bijstandsnorm gedurende de tijd dat belanghebbende onafhankelijk van bijstand had kunnen zijn, indien belanghebbende voorafgaande aan het moment waarop het recht op bijstand ontstaat, zijn vermogen verantwoord had ingeteerd.
**4..** Een verlaging die op basis van dit artikel voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen.
Artikel 7
- Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, Ioaw Ioaz 2013