Naar hoofdinhoud
1.. De commissie onderzoekt ingediende klachten over gedragingen van een ambtenaar. 2.. De commissie stelt de ambtenaar, waar de klacht betrekking op heeft, en de betrokken (team)manager, in kennis van de klacht en geeft hen de gelegenheid daarop te reageren. 3.. De commissie kan de directeur eveneens in kennis stellen van de klacht. 4.. De commissie onderzoekt vervolgens de klacht en brengt een advies daaromtrent uit aan de directeur, waarin zij haar oordeel uitspreekt over de vraag of de gedraging, geheel of gedeeltelijk als niet behoorlijk moet worden aangemerkt. Indien naar het oordeel van de commissie onvoldoende zekerheid is verschaft over de feitelijke toedracht van de gedraging, waarop de klacht betrekking heeft, wordt in het advies geen oordeel uitgesproken. 5.. De commissie kan gedurende het onderzoek de directeur of de betrokken (team)manager suggesties aanreiken tot bemiddeling e.d. teneinde tot een oplossing te komen die tot tevredenheid van beide partijen (klager en degene over wie wordt geklaagd) strekt.

Rechtspraak bij dit artikel