Dit artikel geeft algemene bepalingen voor de aanvragen om bekostiging die betrekking hebben op leerlingen van het (voortgezet)speciaal onderwijs.
In de verordening is voor het speciaal onderwijs een afstandsgrens opgenomen van twee kilometer of meer.
Voor leerlingen van een cluster 4-school geldt dat zij recht hebben op een vergoeding van het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke cluster 4-school (van de gewenste richting) of de cluster 4-school waarvoor de commissie voor de indicatiestelling (cvi) een advies heeft afgegeven. Artikel 4, vijfde lid van de Wet op de Expertisecentra bepaalt namelijk dat de cluster 4-school waarvoor de cvi een advies heeft afgegeven, aangemerkt wordt als de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Dit geldt zolang de leerling woont in het gebied van het regionaal expertisecentrum waar deze commissie aan verbonden is.
Lid 3
Het college kan advies inwinnen bij de commissie voor de begeleiding en/of de ambulante begeleider van de leerling. Als zij niet op de hoogte zijn van de gesteldheid van de leerling waarvoor een aanvraag is binnengekomen, kan advies worden ingewonnen bij de school. Deze moet een gemotiveerd advies geven.
Van de mogelijkheid dat het college het advies van andere deskundigen in kan winnen, kan gebruik worden gemaakt indien bijvoorbeeld het oordeel van het college afwijkt van het advies van genoemde commissies, of in geval een beperking van de leerling dit vraagt. Andere deskundigen zijn bijvoorbeeld medische specialisten, een orthopedagoog, de huisarts van de leerling, een kinderpsycholoog, en dergelijke.
Advisering bij negatieve beschikking
Om de bestuurslast beperkt te houden, is bepaald dat alleen in het geval het college een negatieve beschikking op de gevraagde voorziening geeft, het advies van genoemde commissies daarbij moet worden betrokken. Indien het voor een gemeente duidelijk is dat het aangevraagde vervoer voor de leerling passend is (bijvoorbeeld omdat het een herhalingsaanvraag betreft of omdat de beperking dat vervoer noodzakelijk maakt), behoeft het advies niet te worden gevraagd. Uiteraard laat deze bepaling onverlet dat het advies van genoemde commissies ook gevraagd kan worden indien de gemeente dit wenselijk vindt.
Commissies hebben slechts adviserende taken over de beperking van de leerling . Het spreekt voor zich dat de commissies het gemotiveerde advies aan het college uitbrengen binnen een door het college te stellen termijn. Deze commissies zijn externe adviseurs in de zin van artikel 3:5 van de Awb. Dit houdt in dat de algemene regels die in afdeling 3:3 van de Awb zijn gegeven van toepassing zijn. Dit betekent onder andere dat het bestuursorgaan de adviseur een termijn kan stellen waarbinnen het advies wordt verwacht, en dat in of bij het besluit vermeld dient te worden wie de adviseur is die het advies heeft uitgebracht.