Indien ouders van een leerling op grond van artikel 14 in aanmerking komen voor bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer, en het college van oordeel is dat de leerling niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken, komen de ouders tevens in aanmerking voor bekostiging van de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van een begeleider.
Van bekostiging voor een begeleider kan onder andere sprake zijn:
indien de beperking dan wel de ontwikkelingsleeftijd van de leerling begeleiding noodzakelijk maakt;
indien de leerling gedurende de rit met het openbaar vervoer een of meerdere malen over moet stappen op te gevaarlijke overstappunten en dit gezien de ontwikkelingsleeftijd van de leerling onverantwoord is;
indien de route van het uitstappunt van de bus naar de school te gevaarlijke punten kent, en een adequate oplossing van deze gevaarlijke punten niet mogelijk is (bijvoorbeeld verkeersbrigadiers etc).
Indien het college de aanvraag voor begeleiding afwijst, dient daarbij het advies van de commissie voor de begeleiding of andere deskundigen (bijvoorbeeld specialist, pedagoog en psycholoog) te worden betrokken. Het advies betreft dan de vraag of de leerling, gezien zijn beperking dan wel leeftijd, niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. In principe is het niet van belang wie de leerling uiteindelijk begeleidt.
Artikel 15
Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van een begeleider
Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer 2013 Ridderkerk