Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening leerlingenvervoer 2013 Ridderkerk.
Sluiting
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ridderkerk,
Ridderkerk, 25 april 2013
De griffier, De voorzitter,
Artikelsgewijze toelichting Verordening leerlingenvervoer 2013 Ridderkerk
Inleiding
Ieder kind heeft recht op passend onderwijs. In sommige gevallen kunnen kinderen niet zelfstandig naar school, of kunnen ze niet door hun ouders gehaald en gebracht worden. Als aan bepaalde criteria is voldaan, kunnen ouders een beroep doen op de verordening leerlingenvervoer. De verordening leerlingenvervoer gaat over de bekostiging van een vervoersvoorziening. Het expliciete doel van de regeling is het verstrekken van een voorziening. Het is aan de gemeente om te beslissen in welke vorm de voorziening wordt verstrekt. Het impliciete doel is het effectueren van het recht op onderwijs en de vrijheid van onderwijs.
Voor de toekenning van de vergoeding wordt uitgegaan van de kosten van het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor een leerling met een beperking. De ouders kunnen de gemeente ook vragen het vervoer van hun kind(eren) naar de dichtstbijzijnde school van de gewenste levensbeschouwelijke richting te verzorgen. Voor vervoer naar het primair onderwijs voor de niet gehandicapte leerling wordt een eigen bijdrage opgelegd. Dit is niet voor iedere leerling van toepassing. ( zie nadere uitwerking)
Artikel 4, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), artikel 4, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en artikel 4, eerste lid van de Wet op de expertisecentra (WEC), verplichten de gemeenteraad een regeling vast te stellen voor het leerlingenvervoer. De verordening geeft uitvoering aan de taakstelling van de gemeentebesturen inzake de bekostiging van het vervoer van leerlingen van en naar scholen voor basisonderwijs, speciale scholen voor basisonderwijs, of (voortgezet) speciaal onderwijs. Tevens worden nadere regels gegeven voor de bekostiging van het weekeinde- en vakantievervoer.
Er is geen zorgplicht in het kader van leerlingenvervoer voor leerlingen die het reguliere voortgezet onderwijs bezoeken, dus ook niet voor praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs. Een uitzondering geldt voor leerlingen die vanwege een handicap niet of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken, zij hebben recht op leerlingenvervoer op basis van Titel 6 van de verordening. Dit moet per leerling bekeken worden.
Naast procedurevoorschriften over de wijze waarop de aanvragen voor bekostiging door de ouders kunnen worden ingediend, bevat deze verordening criteria aan de hand waarvan ouders aanspraak kunnen maken op bekostiging van de vervoerkosten. Centraal uitgangspunt is daarbij dat de verantwoordelijkheid voor het schoolbezoek van de leerling bij de ouders blijft liggen (artikel 2 van de verordening).
Met het begrip ‘bekostiging’ wordt bedoeld dat de betaling aan de ouders niet het karakter heeft van een ‘kostendekkende betaling’. Dit neemt echter niet weg dat de bekostiging in een aantal gevallen kostendekkend kan zijn.
Wijze van vervoer
Het college bepaalt welke wijze van vervoer wordt bekostigd aan de ouders. Uitgangspunt van de regeling is voor de leerling het meest passende vervoer.
De verordening onderscheidt een drietal wijzen van vervoer:
openbaar vervoer;
aangepast vervoer;
eigen vervoer, (brom) fiets of auto .
Bekostiging leerlingenvervoer
Soort vervoersvoorziening
Titel 2
Titel 3
Titel 6
Fiets
Artikel 9
Artikel 14
Niet van toepassing
Openbaar Vervoer
Artikel 9
Artikel 14
Artikel 23
Begeleiding ov of fiets
Artikel 10
Artikel 15
Artikel 23
Aangepast Vervoer
Artikel 11
-Reistijd 1,5uur of meer
-Geen OV
-Beleidsregels
Artikel 16
-Beperking
-Reistijd 1,5 uur of meer
-Geen OV
Artikel 24
-Handicap
Eigen vervoer
Artikel 12
Artikel 17
Artikel 25
Uitzondering in verband met handicap
Titel 6
Geen afstandsgrens
Artikel 18
Geen afstandsgrens
Niet van toepassing
Artikelsgewijze toelichting verordening leerlingenvervoer