Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Algemene bepalingen omtrent het vervoer van de niet – gehandicapte leerlingen van scholen voor primair onderwijs

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer 2013 Ridderkerk

Lid 1 Artikel 8 lid 1a, bepaalt dat de ouders van leerlingen die een school voor basisonderwijs bezoeken, in aanmerking kunnen komen voor een bekostiging van de vervoerskosten, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school twee kilometer of meer bedraagt. In artikel 8 lid 1b, wordt de kilometergrens bepaald voor leerlingen van het speciale basisonderwijs. Lid 2 Dit lid is een aanvulling op artikel 3 . Voor alle onderwijssoorten geldt de hoofdregel van artikel 3, eerste lid. Artikel 4 van de WPO bepaalt voor speciale scholen voor basisonderwijs echter dat het vervoer naar de dichtstbijzijnde school in het samenwerkingsverband dient te worden bekostigd. Dat zal veelal wel, maar hoeft niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school van zijn soort te zijn omdat buiten het samenwerkingsverband een dichterbij gelegen speciale school kan zijn. Deze regeling is door de wetgever getroffen om zo veel mogelijk opvang binnen het eigen samenwerkingsverband te realiseren. Evenals bij de regeling voor basisscholen wordt bij het toekennen van een voorziening voor leerlingenvervoer rekening gehouden met de toegankelijkheid voor de leerling en de op godsdienst of levensbeschouwing berustende keuze van de ouders. In artikel 8 wordt gesproken van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is. Dit is op grond van artikel 3 de dichtstbijzijnde toegankelijke basisschool. Is dit het geval, dan is artikel 8 van toepassing. Daarnaast geldt als gevolg van de verwijzing naar artikel 3 bij toepassing van onderdeel b ook hier het vereiste van schriftelijke instemming van de ouders. Lid 3 Hierin is opgenomen dat de ontwikkelingsleeftijd van een leerling wordt meegenomen bij de overweging welke wijze van vervoer het best passend is. Lid 4 In de WPO wordt aan de permanente commissie leerlingenzorg (pcl) de taak opgedragen om een besluit te nemen over de toelating van een leerling tot een speciale school voor basisonderwijs. Daarnaast kunnen door het samenwerkingsverband aan de pcl adviestaken worden opgedragen. Wanneer dat is gebeurd dient het college het advies van de commissie bij de beoordeling te betrekken. Omdat het een advies betreft, is het college daaraan echter niet gebonden. Om de bestuurslast beperkt te houden is bepaald, dat het advies van de pcl alleen moet worden betrokken, als het college een negatieve beschikking op de gevraagde voorziening geeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel