Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de wet is de aanvrager een eigen bijdrage verschuldigd of wordt de financiële tegemoetkoming afgestemd op het inkomen.
De omvang van de verschuldigde eigen bijdrage als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op de maximale inkomensafhankelijke eigen bijdrage binnen de kaders van artikel 4.1, eerste lid en artikel 4.2 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, zoals gepubliceerd in het Staatsblad.
De omvang van de verschuldigde eigen bijdrage voor voorzieningen als bedoel in artikel 8 onder c. en e. van deze verordening wordt gelijk gesteld aan de omvang van de eigen bijdrage voor voorzieningen als bedoeld in artikel 8 onder b. en d. van deze verordening.
De omvang van het eigen aandeel in de kosten bij de toekenning van een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op het maximale inkomensafhankelijke eigen aandeel binnen de kaders van artikel 4.1, eerste lid en 4.2 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, zoals gepubliceerd in het Staatsblad.
Indien een voorziening bestaat uit een roerende zaak die in eigendom wordt verstrekt of uit een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die eigendom is van de aanvrager, wordt gedurende een periode van maximaal 39 maal vier weken een eigen bijdrage in rekening gebracht dan wel bij de vaststelling van de hoogte van een financiële tegemoetkoming gedurende die periode een met toepassing van het in lid 3 vastgesteld bedrag in mindering gebracht.
In afwijking van het eerste lid is geen eigen aandeel verschuldigd voor voorzieningen als bedoeld in artikel 15 onder a., b. en f., artikel 21 onder e en artikel 26 van deze verordening.
Artikel 7.
Eigen bijdrage en eigen aandeel
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilversum 2013