Een vergunning wordt naast het gestelde in artikel 1:6 tevens
ingetrokken:
indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een in de
vergunning genoemde beheerderniet meer als zodanig werkzaam
is of indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat een
nietin de vergunning vermeld persoon leidinggevende of
onmiddellijk leidinggevende is geworden;
indien zich naar het oordeel van het bevoegd gezag ten
aanzien daarvan feiten hebbenvoorgedaan, die de vrees
wettigen dat het van kracht blijven der vergunning gevaar
zou kunnenopleveren voor de openbare orde, veiligheid of
zedelijkheid en/of de leef- en/of woonsituatie;
in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3
van de wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het
openbaar bestuur of naar aanleiding van een op grond van
artikel 7 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen
door het openbaar bestuur door het bevoegdbestuursorgaan
gevraagd en door het Bureau bevordering
integriteitsbeoordelingen door hetopenbaar bestuur
uitgebracht advies.
Hoofdstuk 3. › Afdeling 4.
Artikel 3:17
Intrekken vergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Brummen 2013