Het raadslid neemt bij het aanvaarden en uitoefenen van een nevenfunctie in acht dat:
· Zijn onafhankelijkheid gewaarborgd blijft;
· Elke vorm of schijn van beïnvloeding wordt vermeden;
· De nevenfunctie het aanzien van het raadslidmaatschap niet schaadt;
· Geen strijdigheid met enig gemeentelijk belang optreedt;
· Het tijdsbeslag het goed functioneren als raadslid niet in de weg staat.
Toelichting:
Het vervullen van nevenfuncties is vanuit maatschappelijk, bestuurlijk en persoonlijk oogpunt positief te waarderen. Dat neemt niet weg dat het uit een oogpunt van zuiverheid en transparantie van het openbaar bestuur noodzakelijk is regels te stellen met betrekking tot het aanvaarden en uitoefenen van nevenfuncties. Artikel 12 lid 1 van de Gemeentewet schrijft voor dat ieder raadslid openbaar maakt welke andere functies hij vervult dan het lidmaatschap van de raad. Lid 2 bepaalt dat openbaarmaking geschiedt door ter inzage legging van de bedoelde opgave op het gemeentehuis. Het verdient aanbeveling de opgave ook openbaar te maken via de gemeentelijke website.