Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Beschikking tot subsidieverlening

Onderdeel van Subsidieverordening Volkshuisvestingsfonds Oirschot

1. Het college beslist binnen zes weken nadat de aanvraag is ingediend op de subsidieaanvraag. De beslistermijn kan worden verlengd. De artikelen 4:20a tot en met 4:20f van de Awb zijn niet van toepassing. 2. De beschikking tot subsidieverlening bevat in ieder geval: a. een omschrijving van de betrokken instellingen dan wel onderneming(en) en locatie(s); b. de vermelding dat het om de bouw van sociale huurwoningen en/of sociale koopwoningen gaat, de uitvoering van een dienst van algemeen belang in de zin van artikel 2, lid 1, onder c Vrijstellingsbesluit DAEB; c. de minimale periode waar binnen de gebouwde woningen geëxploiteerd moeten worden in overeenstemming met artikel 1, onder n en o van deze verordening en wat de consequentie is indien deze verplichting niet wordt nageleefd; d. de termijn waarbinnen de bouw van de woningen gerealiseerd moet zijn; e. een omschrijving van de investering waarvoor subsidie verleend wordt; f. het bedrag van de subsidie; g. de parameters voor berekening, monitoring en herziening van de compensatie zoals omschreven in artikel 1, onder i van deze verordening; h. de termijn waarbinnen de woningen gerealiseerd moeten zijn; i. de verplichting om overcompensatie in de zin van artikel 5 Vrijstellingsbesluit DAEB te voorkomen en terug te betalen. 3. Burgemeester en wethouders kunnen in de beschikking tot subsidieverlening, ter aanvulling van de in lid 2 onder d genoemde verplichting, tevens een termijn stellen waarbinnen de woningen op de markt beschikbaar moeten worden gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel