**1..** Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:
a.elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of b. de gedraging meer
dan twaalf maanden vóór constatering van die gedraging
a. door het college heeft plaatsgevonden;
**2..** Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het
daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan
schriftelijk mededeling gedaan.
HOOFDSTUK 1
Artikel 5
Afzien van het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, Ioaw en Ioaz gemente Opmeer 2013