**1..** In de gevallen bedoeld in artikel 4:41 tweede lid, van de Awb, is de
subsidieontvanger aan burgemeester en wethouders een vergoeding van
de vermogenswaarde verschuldigd;
**2..** De wijze waarop de hoogte van de vergoeding wordt bepaald, wordt
vermeld in de beschikking tot subsidieverlening;
**3..** Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het
tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande
dat in geval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of
beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als
schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
**4..** Bij onroerende zaken, geschiedt de waardebepaling door een
onafhankelijke deskundige.
**5..** Indien het vermogensbestanddeel is gefinancierd uit meerdere
inkomstenbronnen, bedraagt de vergoeding als bedoeld in het eerste
lid dat gedeelte van de waarde van het vermogensbestanddeel
overeenkomstig de verhouding tussen subsidie en totale inkomsten
over de laatste vijf subsidiejaren.
**6..** De instelling dient onmiddellijk te voldoen aan een vordering als
bedoeld in lid 5 sub b.
HOOFDSTUK 8.
Artikel 20.
Vergoeding vermogensvorming
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Lochem 2013