Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 8.

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Lochem 2013

Naast de in artikel 4:25, tweede lid, en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gronden kanhet college een aanvraag voor subsidie weigeren indien naar het oordeel van het college: de te subsidiëren activiteiten van de aanvrager niet gericht zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; de subsidieverstrekking niet past binnen door de gemeenteraad vastgesteld beleid; uit de overgelegde begroting naar voren komt dat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd financieel niet haalbaar zijn; de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de gelden in een eerder subsidiejaar niet of in onvoldoende mate besteed zijn voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar was gesteld; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden, hetzij eigen middelen, hetzij middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; de aanvrager de maatschappelijke behoefte aan de activiteiten niet aannemelijk kan maken; een doublure ontstaat met activiteiten van een al door de gemeente gesubsidieerde (rechts)persoon; de door de aanvrager aan de deelnemers van de activiteiten gevraagde eigen bijdrage zo laag is gesteld, dat door een redelijke verhoging hiervan subsidieverlening verlaagd kan worden; de activiteiten uitsluitend in het belang zijn van een politieke groepering, vakorganisatie, bedrijf of kerkgenootschap dan wel in hoofdzaak politieke of godsdienstige vorming beogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel