Burgemeester en wethouders dragen zorg voor het onderhoud van de begraafplaats, de graven alsmede het schoonhouden van de daarop geplaatste gedenktekens, de urnenkelders en verstrooiingsplaatsen, alsmede het schoonhouden van de daarop geplaatste gedenktekens.
Onder het in het eerste lid bedoelde van gemeentewege te verrichten onderhoud wordt verstaan:
het schoonhouden van alle gemeentelijke voorwerpen;
het in ordelijke staat houden, maaien, snoeien en opbinden van beplanting;
het verwijderen van onkruid;
het zorg dragen voor een behoorlijke ligging en stand van de gedenktekens;
het schoonhouden van de gedenktekens;
het verven van de letters op de steen;
alle andere werkzaamheden welke geacht kunnen worden tot het normaal onderhoud te behoren.
Onder het in het eerste lid bedoelde van gemeentewege te verrichten onderhoud wordt niet verstaan herstel- of vernieuwingswerkzaamheden, zoals timmer-, smeed-, metsel- of steenhouwersterk, alsmede de levering van de voor die werkzaamheden benodigde materialen.
De rechthebbende of de gebruiker van grafbedekking is verplicht, naast het algemeen onderhoud van gemeentewege, de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.
Het college kan de rechthebbende of de gebruiker per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.
Hoofdstuk
Artikel 25
Onderhoud van de begraafplaats en de graven door de gemeente
Onderdeel van Beheersverordening Gemeentelijke Begraafplaatsen Bunschoten 2013