Het van toepassing verklaren van de Wet Bibob op de hierboven genoemde aanvragen voor vergunningen betekent dat het bevoegd gezag zowel bij de verlening van de vergunning alsook bij het toezicht op de naleving ervan, in de aangegeven gevallen steeds zal onderzoeken of er sprake is van ernstig gevaar als genoemd in artikel 3 Wet Bibob i.c. dat de beschikking mede zal worden gebruikt om:
Uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten (witwassen) of,
Strafbare feiten te plegen.
Op grond van artikel 3 Wet Bibob kan het bevoegd gezag in die situatie een vergunningweigeren of intrekken.
Het onderzoek naar de aanwezigheid van bovengenoemd gevaar en de daaruit voortkomende toepassingsmogelijkheden van de weigering- of intrekkinggronden ex artikel 3 Wet Bibob gebeurt in een tweetal stappen:
Stap 1
De aanvrager wordt verzocht bij de aanvraag aanvullende informatie te verstrekken middels een bibob-vragenformulier. Dit bibob-vragenformulier maakt onderdeel uit van het reguliere aanvraagformulier; het totale aanvraagpakket vormt de basis voor de ontvankelijkheidtoetsing.
Indien op basis van toepassing van de definitie van het begrip “betrokkene” ook zakelijke relaties met de feitelijke vergunningaanvrager in verband gebracht kunnen worden, zullen ook zij gevraagd worden het bibob-vragenformulier in te vullen en maakt dit formulier ook dit deel uit van de aanvraagprocedure omgevingsvergunningbouwactiviteit.
Dit onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse van:
·de door de aanvrager/houder van de vergunning beantwoorde bibob-vragen die zijnopgenomen in het bibob-vragenformulier (inclusief bijlagen);
de door hem/haar daarbij aangeleverde documenten;
eventuele extra, op verzoek van het bevoegd gezag, door aanvrager/houder overlegde documenten of informatie;
open bronnen onderzoek (zoals Kamer van Koophandel, Kadaster etc).
De bibob-gronden vormen een aanvulling op de reeds bestaande mogelijkheden om een vergunning te weigeren of in te trekken. Het bevoegd gezag zal echter altijd eerst de bestaande weigerings- en intrekkingsgronden onderzoeken en, zo mogelijk, toepassen.
Mate van gevaar
Wanneer het bibob-vragenformulier niet volledig wordt ingevuld, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld. In geval van een bestaande vergunning wordt het niet invullen van dit formulier op grond van artikel 4 van de Wet Bibob aangemerkt als ernstig gevaar. Hierdoor kan het bestuursorgaan de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk3 intrekken.
Een weigering om gevraagde extra informatie aan te leveren dan wel onvolledig aan te leveren leidt tot het buiten behandeling stellen van de nieuwe aanvraag dan wel de mogelijkheid tot het intrekken van de reeds verstrekte vergunning.
Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een 'ernstig gevaar' als bedoeld in de Wet Bibob, kan het de vergunning weigeren of intrekken.
Bij een 'mindere mate van gevaar' dat de (aangevraagde) vergunning wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten en witwaspraktijken kan het bevoegd gezag extra voorwaarden aan de vergunning verbinden. Deze voorwaarden dienen bibobgerelateerd te zijn.
Bij deze zogenoemde "eigen huiswerkfase" kan de informatiepositie van bestuursorganen voor de bibobtoetsing versterkt worden vanuit het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC). Ook kan de gemeente desgewenst gebruik maken van de expertise van het RIEC.
Stap 2
Aanvullend op deze extra verstrekte informatie kan een advies bij het landelijke Bureau Bibob worden gevraagd indien:
na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of daarmee in verband te brengen betrokkenen, de financier van het betreffende bouwactiviteit en de onderneming of de eigenaar van het pand waarin de onderneming is gevestigd,
na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de bedrijfsstructuur van aan deuitvoering van de beschikking te verbinden onderneming(en),
na het eigen onderzoek vragen blijven bestaan over de financiering van de aan de betreffende beschikking te verbinden bouwactiviteit;
de officier van justitie de gemeente de tip geeft om in een bepaalde zaak een bibobadvies aan te vragen.
Een toetsing aan de Wet Bibob met behulp van een advies van het landelijk bureau Bibob geldt in beginsel als een uiterst middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy moet het bevoegd gezag de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen.
Deze eisen brengen mee dat het bevoegd gezag eerst, zoals hierboven is uitgewerkt, gebruik moet maken van de eigen instrumenten. Voorts moet het vragen van een advies evenredig zijn gelet op de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten.
De adviesaanvraag bij het landelijk Bureau Bibob is geen beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hiertegen staat derhalve geen bezwaar of beroep open. Wel is de aanvrager van een vergunning te allen tijde toegestaan de aanvraag in te trekken.
Artikel 3:
Uitvoering beleid
Onderdeel van Bibob-beleidslijn betreffende de aanvraag om een Omgevingsvergunning-Bouwactiviteit met bijbehorende toelichting