Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 22

Vaststelling agenda, inventarisatie sprekers; deelname door derden

Onderdeel van Verordening inhoudende bepalingen met betrekking tot de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van raadscommissies

1.. Bij het begin van de vergadering stelt de commissie de agenda voor de vergadering vast. De voorzitter inventariseert per agendapunt over welke onderwerpen de leden, de leden van het college of de burgemeester het woord willen voeren. Per commissievergadering kan slechts een maximum aantal leden gelijktijdig aanwezig zijn, waarbij dit maximum voor fracties met: - één zetel is gesteld op één lid; - twee tot en met vijf zetels is gesteld op twee leden; - meer dan vijf zeteld is gesteld op drie leden. Indien er in de vergadering meer leden aanwezig zijn dan het aantal zitplaatsen, nemen slechts de woordvoerders als bedoeld onder b plaats aan de vergadertafel. De overige leden nemen plaats op de publieke tribune. 2.. Indien over een bepaald onderwerp geen enkel lid, lid van het college of de burgemeester het woord wenst te voeren, wordt de commissie geacht in te stemmen met het betreffende voorstel. 3.. De commissie kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de commissie, de leden van het college, de griffier, de commissiesecretaris en de voorzitter, deelnemen aan de beraadslaging. 4.. Een besluit daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de commissie genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijn de onderwerp een aanvang wordt genomen. 5.. Een besluit als bedoeld in het vierde lid, kan voorts worden genomen door de agendacommissie. 6.. Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten deel te nemen aan de beraadslaging, zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing met dien verstande dat ten aanzien dat ten aanzien van deze perso(o)n(en) de spreektijdregeling van de grootste fractie van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel