1.Het college verleent de tegemoetkoming voor het aantal uren
kinderopvang dat door de ouder is aangevraagd.
2.In afwijking van het eerste lid verleent het college bij een ouder als
bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel
a, van de wet de tegemoetkoming voor het aantal uren kinderopvang dat
naar zijn oordeel redelijkerwijs noodzakelijk is voor de combinatie van
arbeid en zorg.