In deze verordening (en de daarop berustende bepalingen) wordt verstaan
onder:
Adres: door het college aan een
verblijfsobject, een standplaats of een ligplaats toegekende
benaming, bestaande uit een combinatie van de naam van een
openbare ruimte, een nummeraanduiding en de naam van de
woonplaats.
Afgebakend terrein: een terrein met een
kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen
verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar
is.
College: het college van burgemeester en
wethouders.
Convenant: het tussen de minister van VROM,
de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en Koninklijke TPG Post
BV gesloten convenant en Nader Convenant inzake postcodes;
Ligplaats: een door het college als zodanig
aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op
de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, dat is
bestemd voor het permanent afmeren van een voor woon-,
bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig.
NEN 1772:2010: normering van het Nederlands
Normalisatie-instituut voor wat betreft straatnaam- en
nummerborden.
Nummeraanduiding: door het college als
zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een
standplaats, een ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat
uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging
van een letter- en/of cijfercombinatie.
Openbare ruimte: door het college als zodanig
aangewezen en van een naam voorziene openbare buitenruimte die
binnen één woonplaats gelegen is.
Pand: kleinste bij de totstandkoming
functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die
direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en
afsluitbaar is.
Rechthebbende: eenieder die krachtens eigendom of een beperkt
zakelijk recht zodanig de beschikking heeft over een onroerende
zaak dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is om in die zaak te
handelen zoals in de verordening is voorgeschreven, alsmede de
beheerder.
Standplaats: door het college als zodanig
aangewezen terrein of een gedeelte daarvan dat is bestemd voor
het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met de
aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve
doeleinden geschikte ruimte.
Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen
inzake naamgeving en nummering (adressen).
Verblijfsobject: de kleinste binnen één of
meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige of
recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik die
ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de
openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, die
onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en
in functioneel opzicht zelfstandig is.
Wijk- en buurtindeling: een indeling van de
gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan
deze indeling verbindt.
Woonplaats: een door het college als zodanig
aangewezen en van een naam voorzien gedeelte van het grondgebied
van de gemeente.
De wet: Wet basisregistraties adressen en
gebouwen.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening naamgeving en nummering (adressen) 2013