Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in gevallen waarin de toepassing van de uitvoeringsregels mantelzorgwonen naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze uitvoeringsregels.
DEEL D INTERNE PROCEDURE
Nr.
Actie
Verantwoordelijkheid
1.
Vraag van de burger komt binnen bij het zorgloket. Ook als een vergunningsaanvraag in het kader van Mantelzorgwonen binnenkomt bij een andere afdeling, zonder dat er een indicatie is, moet de burger worden doorverwezen naar het zorgloket.
Zorgloket
2.
Gesprek met de aanvrager door zorgloket:
a.Inhoudelijk toetsen op indicatiecriteria (mantel)zorg
b.In het gesprek de voorkeursvolgorde bespreken, artikel 1.2
Zorgloket
3.
Indien de aanvrager aan de voorwaarden uit de uitvoeringsregels deel A voldoet dan ontvangt de burger een indicatiebesluit en kan de aanvrager de omgevingsvergunning aanvragen via de afdeling Burgers en Bedrijven, Vergunningen.
Zorgloket
4.
Aanvraag voor vergunning komt binnen.
De wettelijk termijn voor het afhandelen van de aanvraag voor de omgevingsvergunning gaat in.
Burgers en Bedrijven, Vergunningen.
5.
De aanvraag wordt als eerste getoetst op volledigheid, zitten alle gegevens bij de aanvraag. De indieningsvereisten zijn opgenomen in de Ministeriële regeling omgevingsrecht.
Burgers en Bedrijven, Vergunningen.
6.
Vervolgens wordt de aanvraag getoetst aan het bestemmingsplan (en overige regelingen die van toepassing zijn) voor gebruik (mag ik de grond of het bouwwerk gebruiken voor wonen?) en voor bouwen (hoe mag mijn mantelzorgwoning eruit zien?). De omgevingsvergunning om Mantelzorgwonen te realiseren wordt verleend in de volgende situaties:
a.De aanvraag past binnen het bestemmingsplan (in een aantal bestemmingsplannen is Mantelzorgwonen al opgenomen, maar nog niet in alle gevallen)
b.De aanvraag past niet in het bestemmingsplan, maar de aanvraag past wel in deze twee situaties:
i)Afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan (de aanvraag voldoet aan de criteria die daarvoor gelden)
ii)Afwijkingsmogelijkheid buiten het bestemmingsplan (de aanvraag voldoet volgens aan bijlage 2 van artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht).
Burgers en Bedrijven, Vergunningen.
7.
Past de aanvraag niet in bovenstaande situaties, dan kan toch afgeweken worden van het bestemmingsplan indien mantelzorgwonen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (artikel 2.12, eerste lid, onder a, ten derde Wabo). De aanvraag betreft dan een uitgebreide procedure, die door afdeling Ontwikkeling, Vormgevers wordt behandeld.
Ontwikkeling, Vormgevers
8.
De burger krijgt bericht over de aanvraag en ontvangt na verlening de vergunning.
Burgers en Bedrijven, Vergunningen
of
Ontwikkeling, Vormgevers
9.
Indien er een vergunning wordt verleend dan moet dit intern worden gecommuniceerd naar:
a.Handhaving en Toezicht
b.WMO
Burgers en Bedrijven, Vergunningen
Of
Ontwikkeling, Vormgevers
10.
a.De adressen van de burgers die een omgevingsvergunning in het kader van mantelzorgwonen hebben ontvangen worden doorgegeven aan het team Publieksdiensten en backoffice.
Burgers en Bedrijven, Vergunningen
Of
Ontwikkeling, Vormgevers
b.Op het moment dat de mantelzorgrelatie ophoudt te bestaan op het betreffende adres door ofwel overlijden ofwel verhuizing van de mantelzorgvrager geeft het team Publieksdiensten en backoffice dit door aan het team Zorgplusloket en dit team geeft het door aan het team Toezicht en Handhaving.
Team Publieksdiensten en Back Office
Team handhaving en Toezicht
Zorgloket
11.
De projectgroep Mantelzorgwonen vormt een monitorgroep. Deze groep zal halfjaarlijks samen komen om de risico’s zoals beschreven in het collegeadvies te monitoren.
Beleidsmedewerker Volkshuisvesting